Historie

BEGRAFENISVERENIGING HELPT ELKANDER TE DENEKAMP 75 JAAR (2005)
Door S.Wynia en aangevuld door het bestuur

Tal van mensen maken zich verdienstelijk op verenigingsgebied. Veelal ten behoeve van ontspanning en ontwikkeling. Wij hebben een gesprek gevoerd met enkele mensen, die dienstbaar zijn binnen de begrafenisvereniging Helpt Elkander. Een vereniging die 75 jaar bestaat. Hans den Ouden is 53 jaar secretaris en Roelof Schepers 40 jaar bestuurslid. Een stukje begrafenisgeschiedenis. Begrafenisverenigingen, dienstbaar in het leven naar de dood toe. Bestuurders, die weten van de zekerheid van de dood en de onzekerheid van het ogenblik daarvan.

Oprichting

Op zaterdag 21 december 1929 is in Café Dierselhuis in de buurtschap Noord Deurningen een vergadering bijeen geroepen om een vereniging op te richten volgens een regelement voor sterfgeval. Op de vergadering was 12 man aanwezig. Tot zover de eerste notulen uit het boek van secretaris J. Post en voorzitter H.J. Brans. Penningmeester werd H. Stegink.
De taakstelling werd als volgt omschreven: Wanneer een sterfgeval in een gezin plaats heeft moeten de leden een plicht doen. Van weerzijde het sterfhuis moeten 5 personen hun buurenplicht doen. Aldus de ”geboorte-akte” van de onderlinge begrafenisvereniging Helpt Elkander, in de volksmond lange tijd aangeduid als de ”begrafenisvereniging van de grens”, hetgeen het standsverschil typeert in het Denekamp van de jaren dertig.
Dorp Denekamp kende reeds de RK begrafenisvereniging St. Barbara. Daarnaast werden begrafenissen nog vaak verzorgd door de noabers. Lange tijd is er in sociaal-maatschappelijk opzicht een ”afstand” geweest tussen de locatie-aanduiding ”de grens” en ”het dorp”. ”De grens” wilde een eigen begrafenisvereniging zonder een kerkelijke signatuur. Neutraal, zullen we maar zeggen. In de dood zijn wij allemaal gelijk.

Helpt Elkander, draagt elkanders lasten

Begrafenissen kosten veel geld. Tegenwoordig, maar ook in het eerste bestaansjaar 1930 van de begrafenisvereniging Helpt Elkander. Bovendien beschikte de penningmeester over een lege kas. De hoogte van de contributie werd uitgedrukt in tien cent.
Wat te doen als er nu al een sterfgeval plaatsvindt?, vraagt de vergadering van 18 januari 1930 zich af. Na enige discussie besloot men bij elk sterfgeval, klein en groot, f 25,– te betalen. De heer Braams stelt voor als er meer sterfgevallen zijn als één en de kas het niet kan betalen, dan moeten de leden een paar centen bij elkaar doen. Immers, de vereniging heette toch ”Helpt Elkander”. In deze notulen werd het eerste bestuur voorgesteld: 1e voorzitter H.J Brans, 2e voorzitter B.J. Büter, 1e secretaris J. Post, 2e secretaris G. Wigger, 1e penningmeester H. Stegink, 2e penningmeester W.H. Eillert. De controlecommissie bestond uit A. Pool en B. Geelink.
De vereniging telde achttien gezinnen als lid. In de beginperiode werd iedere maand een ledenvergadering belegd. Bij afwezigheid zonder kennisgeving werd een boete opgelegd van 25 cent. Deze vergaderplicht werd ingesteld om controle te houden op leden die verzuimden de maandelijkse contributie van tien cent per gezin te betalen aan de bode. Voor een goed begrip: het waren de crisisjaren en de gezinnen hadden het financieel moeilijk.
Gediscussieerd werd over de vraag of er bij de begrafenis van een levenloos geboren kind ook een vergoeding moest worden uitbetaald. Zo’n begrafenis vond veelal ’s avonds na 6 uur plaats. Meestal in het donker, zeer eenvoudig door de doodgraver, zonder familie. Een ongedoopt kindje werd op de RK begraafplaats in niet gewijde grond begraven. De plaats werd bereikt via een aparte ingang, een opening in de omheining. Men mocht niet over gewijde grond lopen! Besloten werd in die gevallen f 15,– uit te betalen. Duidelijk werd in de eerste vergadering het ledengebied afgebakend: de buurtschap Noord Deurningen, het grensgebied. Op 16 juni 1930 werd het gebied verruimd tot over de brug. In 1931 besloot de ledenvergadering het lidmaatschap van ”Helpt Elkander” open te stellen voor heel Denekamp.
Zoals gesteld bedroeg de contributie per gezinslid tien cent per maand. De uitkering per begrafenis werd verhoogd tot f 30,–, ongeacht de begrafeniskosten. De vereniging zorgde voor aanzeggers, dragers en luiders. De aanzegger kreeg een vergoeding van f 2,50. Het aanzeggen van een sterfgeval gebeurde in een straal van een kwartier gaans rond het sterfhuis. Op 17 februari 1932 werd Stegink genoemd als eerste aanzegger.

Niet meer zulke vreemde woorden gebruiken

Blijkbaar getuigde het taalgebruik van de dragers in de beginperiode niet altijd van fijnbesnaardheid en beschaving, want in de vergadering van 7 juni 1932 noteerde de secretaris: Door de leden wordt gezegd, dat onder de dragers niet meer zulke vreemde woorden mogen worden gezegd, wanneer men op het sterfhuis is bij het uitdragen van de overledene.

Stijlvol begraven

Begraven geschiedde per lijkkoets. Een statige wagen met jarenlang Loamn Frans (Wiefferink) hoog op de bok, geheel in stemmig zwart en getooid met een Napoleonssteek op het hoofd. De paarden droegen eveneens rouwgewaad en zwarte kappen op het hoofd. De nabestaanden konden kiezen voor een of twee paarden-bespanning. Het tweede paard kostte twee gulden extra. In 1932 werd de mogelijkheid geopend bij het verkleden van de overlijdene een beroep te doen op de zuster. Daarvoor werd f 1,50 vergoed. Het bestuur worstelde geregeld met personeelsproblemen. Zo werd een drager geschorst omdat hij bij een begrafenis niet was komen opdagen. En waar haalde je dan één, twee, drie assistentie vandaan?
Het ging overigens goed met de vereniging. Op 4 maart 1933 stonden zeventig gezinsleden ingeschreven. In 1934 werden vier uitvaarten verzorgd. De financiële middelen maakten het mogelijk stemmige kleding aan te schaffen voor de dragers en voor de aanzegger een lange jas plus hoed met sluier. Alles bleef eigendom van de vereniging. De meest gangbare maat werd gekocht, hetgeen wel eens problemen veroorzaakte bij de pasvorm. Om te voorkomen, dat een te grote hoed over de oren zakte werd het hoofddeksel opgevuld met oude kranten. Voor de juiste ”klankkleur” werd besloten de luiders uit het dorp te nemen en hen tien gulden te betalen voor beide keren luiden.

Met passen en meten

Wie echter denkt, dat de kleding voor de dragers zo maar uit de hoge hoed werd getoverd, gaat voorbij aan de zakelijke aanpak van het bestuur. In twee dagbladen werd een advertentie geplaatst voor offertes. In het Nieuwsblad van ’t Noorden en in het Nieuwsblad van den Dag. Het ging om levering van hoeden, handschoenen en kostuums. In november 1933 waren negen offertes binnengekomen. M. de Levie uit Groningen bood negen jassen aan voor f 45,–. De jassen werden op zicht bezorgd en werden gepast door dertien dragers. Voor Oelman was er geen passende jas bij. Hij viel daarom af als drager. Daarna volgde in de vergadering een hevige discussie over de betaling van de dragers. Eissink vond drie gulden te veel en zei dat twee gulden ook genoeg was. Pool noemt f 1,50 meer dan voldoende. Er wordt gestemd onder de dertien dragers. Vier dragers bedanken om voor f 1,50 te dragen, te weten Pollemans, Post, Martens en Nijhof. Over blijven Brans, Flokstra, Stegink, Hoekman, Post, Rademaker, Prots en Schepers. De Hollandse hoeden waren voor f 7,50 te duur. In Duitsland werden de hoofddeksels gekocht voor DM 5,90 (De DM was toen 60 cent – Red.). Zo werd de tijd versleten met passen en meten. Voor een goed begrip, de lezer moet dit relaas plaatsen in de jaren dertig. Economisch slechte jaren. De gevolgen daarvan lieten ook de begrafenisvereniging niet onberoerd.

Bezuinigingen

Het jaar 1935 noopte tot bezuinigingen op de uitgaven. Zo werd het volgende vastgesteld.

1930: Drukken reglement. Uitkering f 25,–. Bij kastekort centen bijeen voor uitkering.
1931: Uitkering verhoogd naar f 30,–.
1933: Kleding dragers: Aanspreker in lange jas, hoed en sluier.
1934: Uitkering naar f 63,50.
1936: Rouwkaarten voor aanzegger. Vergoeding aanzegger per jaar f 20,–. Boete 25 cent bij afwezigheid vergadering zonder kennisgeving.
1940: 10-Jarig bestaan (een fles bier en een sigaar voor aanwezige leden). Aanspreker moet steek dragen.
1941 – 1945: Weinig vergaderd. Bezettingstijd. Vergaderen was verboden!
1947: Nieuwe uniformen. Uitvaart met lijkwagen met twee paarden. Herziening reglementen.
1948: Vergoeding aanzegger f 17,50.
1950: Nieuwe uniformen. Aanschaf rijdende kerkbaar en begraaftoestel.
1951: Aanschaf zwart rouwkleed. Dragers krijgen moeilijk vrijaf.
1952: Aanschaf regenkleding voor bode. Nieuwe rouwkleden voor paarden.
1953: Herziening reglementen. Kaartsysteem. Bijdrage Nationaal Rampenfonds f 500,–.
1955: 25-Jarig bestaan (koffie en twee sigaren).
1956: Verhoging vergoeding bode tot f 100,–.
1958: Aanschaf rouwkamer.
1959: Aanschaf condoleanceboeken.
1960: Boete bij niet gebruik van voorzittershamer.
1962: Uitvaart met lijkauto. Vastzetten deel spaargeld.
1970: 40 Jaar drager H.J. Rademaker. Gesprek over gemeente-aula.
1971: Actie van bestuur over aula.
1973: Uitvoering uitvaart door Kienhuis te Losser.
1975: Einde aanspreker P. van de Woning na 30 jaar dienst.
1980: 50-Jarig bestaan. In gebruikname mortuarium.

De uitkering bij een begrafenis van een levenloos kind f 5,–.
Voor de uitvaart van een kind tot 10 jaar f 15,– en vier dragers alsmede een lijkwagen met twee paarden.
Voor een overledene van 10 tot 17 jaar wordt f 20,– uitgekeerd, zes dragers en twee paarden.
Boven 17 jaar en ouder wordt het bedrag vastgesteld op f 30,–, acht dragers en twee paarden.
Zij, die kinderen boven de 17 jaar hebben, betalen 10 cent in de maand meer.
Nieuwe leden boven de 50 jaar kunnen bij sterven slechts rekenen op een vergoeding van f 15,–.
Gebruik van het dodenlaken voor de katholieke begrafenis kost dertig cent.

Tijdens de jaarvergadering sprak de penningmeester de leden toe en zei, dat het jaar 1934 een rampjaar was geweest voor de vereniging. Hij wenste het bestuur en de leden een gezond en gelukkig 1935 toe. Dat was goed voor de leden en financieel gunstig voor de kaspositie van de vereniging.

Bladeren in het notulenboek

Hoewel begrafenissen nimmer tot vrolijkheid stemmen, geven de gebeurtenissen op de achtergrond wel eens aanleiding tot een glimlach. Bij het doorbladeren van de oude notulenboeken van ”Helpt Elkander” maken wij kennis met historische begrafenisculturen. Kennen wij in onze tijd een professionele uitvaartverzorging, nog niet zo lang geleden was men aangewezen op een goed bedoelde vorm van burenhulp, al dan niet in verenigingsverband. En de bestuursleden waren er maar wat druk mee. Den Ouden en Schepers kunnen er over meepraten.
1936: Men gaat over tot het drukken van rouwkaarten In het bijzonder voor de aanzegger om voor te lezen. De pantalons zijn versleten. Er moeten niewe worden aangeschaft. De aanzegger krijgt f 5,– verhoging en ontvangt voortaan f 15,–. Verder lezen wij dat J. Snijders de pantalons mag leveren. De goedkoopste. Het begraven van een niet-lid kost f 60,–. Leden, die de vergadering niet bezoeken, worden beboet met 25 cent.
1938: H.K. Vos wordt benoemd tot 2e voorzitter. De vergaderingen werden afwisselend gehouden bij Bekhuis, Dierselhuis en in de zaak van Mej. Kroezen.
1939: Om het bijwonen van de vergaderingen aantrekkelijker te maken, wordt besloten om een glas bier of een kop koffie en een sigaar aan te bieden ten laste van de kas.
1940: Het 10-jarig bestaan wordt herdacht onder het motto: ”De vergankelijkheid over de afgelopen 10 jaar”.
De notulist: Veel is in deze jaren tot stand gebracht. Allereerst denken wij aan het verkleden en het kisten van de doden. In het begin werd zulks gedaan door de twee eerste buren, wat thans gebeurt door de zusters van het ziekenhuis. Het luiden der klokken: dat werd vroeger gedaan door de buren, thans zorgt de heer Wintels hiervoor. Er werden vaste dragers aangesteld. Costuums, hoeden en handschoenen werden aangeschaft. Er werd een aanspreker aangesteld. De vereniging telt 106 gezinsleden. Er werden in tien jaar 31 begrafenissen verzorgd. In het jaar 1940 bestaat het bestuur uit de heren H.J. Brans, eerste voorzitter; H.J. Rademaker, 1e secretaris; J.H. Dierselhuis, 1e penningmeester; H.V. Vos, 2e voorzitter; B.J. Büter, 2e secretaris; H. Pool, 2e penningmeester. (Allemaal ”grens”bewoners.) Het jubileum wordt gevierd met een flesje bier en een sigaar. En de aanspreker Eissink krijgt een steek als pontificaal hoofddeksel.
1941: H.K. Vos wordt benoemd tot voorzitter. Een functie die hij tot 1980 zal bekleden.
Als wij dit verhaal over tien jaar begrafeniscultuur beëindigen, komen wij jaren achtereen namen tegen van mannen, die leiding hebben gegeven aan een vereniging, die onmisbaar bij het leven hoort. Hans den Ouden en Roelf Schepers zijn er twee van.

In 2003 wordt na 43 jaar bestuurslid te zijn geweest afscheid genomen van de heer R.B. Schepers en in 2004 wordt na 57 jaar bestuurslid/secretaris afscheid genomen van de heer J.N. den Ouden, het secretariaat wordt overgenomen door P.B.F. den Ouden . In 2005 neemt P.B.F. den Ouden het voorzitterschap over van G. Nordholt die de taak van penningmeester gaat vervullen, het secretariaat wordt overgenomen door Mevr. N.T. Ekkelboom.
In 2007 wordt het secretariaat overgenomen door Mevr E. Bodde-Oude Holtkamp, tevens wordt de ledenadministratie gescheiden van het Penningmeesterschap deze taak neemt Mevr. G.G.H. Schutte-Mulder op zich. In 2010 neemt de heer A.W. (Arwin) van Garderen het penningmeesterschap over van de heer Nordtholt die zich niet meer herkiesbaar stelt. Op 19 mei 2011 wordt A.H.J. (Berthie) Schutte, hij was namens Helpt Elkander vertegenwoordiger in het bestuur van Stichting Mortuarium Denekamp gekozen als bestuurslid. N.a.v. het aftreden van de voormalige voorzitter P.B.F. (Patrick) den Ouden, werd A.H.J. (Berthie) Schutte tijdens de jaarvergadering in 2012 als nieuwe voorzitter voorgesteld.

Begin 2014 kreeg de vereniging een grote tegenslag, de penningmeester had gefraudeerd, de greep in de kas was zeer groot.

Virtueel begraven

Terwijl wij dit stukje begrafenisgeschiedenis afsluiten, wordt ons oog getroffen door een krantenbericht: Virtueel begraven. In Shanghai komt een website, waarop mensen hun nabestaanden kunnen vereren met ”een paar klikken met de muis”! Een virtuele rouwplaats met foto’s, bloemen, kaarsen en muziek. De stad kampt met ruimtegebrek en vreest met een jaar of zes door haar begraafplekken heen te zijn. Wordt dit de toekomst? Virtueel begraven, crematie en de as uitstrooien over zee?
Als wij nog eens zeventig jaren verder zijn, wat schrijft de notulist dan in zijn jaarverslag.